Skip to: site menu | section menu | main content

 

 
Currently viewing: www.ezzulia.nl » Columns














 

 


 

 

 

 

 

 


 

 

 

 



 

 

 

 

 

 

 

 



 

 

 

Prijsvechten

Door Jacob Vis


Elke prijs heeft zijn prijs. Gekrakeel over literair eerbetoon is van alle tijden. Soms neemt het gênante, soms vermakelijke en soms curieuze vormen aan. Of alle drie, zoals nu, want een prijs voor de beste misdaadroman van het jaar die moet verdwijnen omdat de bedenker vindt dat hij zijn doel voorbijschiet is uniek in de Nederlandse letteren..
    Sinds Tomas Ross zijn ‘weg met de strop’ voor deze website schreef zijn er bladzijden vol commentaar gevolgd. Dat maakt het lastig om er op verzoek van de webmaster nog iets nieuws aan toe te voegen, maar ik wil toch een poging wagen.
    Ik ben het met Ross eens dat de Gouden Strop te weinig naamsbekendheid heeft gebracht voor de winnaars, laat staan voor de genomineerden, zoals ik viermaal ondervond. Maar ik ben het niet met hem eens om de prijs dan maar op te heffen, zeker niet met het argument dat misdaadromans voortaan mee moeten doen met de AKOprijs, de Librisprijs en de Gouden Uil. Ik denk namelijk dat we geen schijn van kans maken. Voor zover ik weet is het alleen René Appel en Charles den Tex gelukt – beiden meervoudig winnaar van de Gouden Strop - door te dringen tot de longlist van een van die prijzen, maar daar bleef het bij. Wie zoals ik - deels namens het GNM - geknokt heeft tegen openbare schimpscheuten uit het literaire establishment, weet dat er in dat wereldje een onoverkomelijk dédain heerst tegen misdaadliteratuur. Je kunt het in vier woorden samenvatten: het is geen literatuur. Sterker nog: het is pulp, schreef literair criticus Arie Storm nadat hij om een reden die me niet meer helder voor ogen staat een aantal vaderlandse misdaadromans had moeten lezen. Gelukkig zijn er ook genuanceerder meningen – het stuk van Bas Heijne in NRC/Handelsblad was heel redelijk – maar over de literaire kwaliteit van ons werk zijn alle scribenten het wel eens: die is er niet. De thrillerauteurs die bij het Fonds voor de Letteren een aanvraag voor een beurs indienden kunnen er over meepraten. Daar kunnen we ons kwaad over maken, we kunnen er vlammende artikelen tegen schrijven, maar dat dédain blijft bestaan en dat betekent dat een misdaadroman in het circuit van literatuurprijzen kansloos is voor de hoofdprijs.
    Hoe komt dat? Alweer hoor je uit literaire hoek een simpele verklaring: een literaire roman is literatuur, een misdaadroman is lectuur. Het eerste behoort tot de schone kunsten met alle rimram die we in dit land aan dat begrip hechten, het tweede is ambachtswerk om de lezer een paar uur aangenaam bezig te houden. Daarmee raken we de kern van het probleem: literaire en misdaadromans zijn fundamenteel verschillend. Dat heeft niets met kwaliteit te maken. In beide genres heb je goede, matige en slechte boeken. Het verschil tussen beide genres zit vooral in de uitwerking die de roman op de lezer heeft. Alweer geen kwestie van niveau en ook niet specifiek Nederlands; het is overal zo. Alice Munro beroert andere snaren van mijn ziel dan John Harvey, maar zodra een van beiden een nieuw boek heeft uitgebracht snel ik naar de boekhandel en daarna wil de eerstvolgende uren niet gestoord worden. Alice Munro heeft eindelijk de Bookerprijs gekregen waarvoor John Harvey van zijn levensdagen niet in aanmerking zal komen, maar hij heeft weer alle denkbare Engelse prijzen gewonnen in ons genre waaraan zij niet mee zal (willen) doen. Als ik haar lees denk ik: ik wou dat ik dat kon. Als ik hem lees denk ik: verdomme, waarom kan ik dat niet? Zij leren ons dat kwaliteit niet aan genre gebonden is zoals Nederlandse literatoren in hun arrogantie vaak denken. Munro en Harvey hebben allebei wat ik wel eens ‘de adem van God’ noem: een nauwelijks te omschrijven, vanzelfsprekende kwaliteit die maakt dat je hun boeken ademloos leest en het verhaal lang daarna in je geest blijft ronddolen. Bij Munro gaat het om de zielenroerselen van een individu – meestal een vrouw – die vooral naar binnen zijn gekeerd en je een gênant scherp inzicht biedt in de geest van die vrouw. Bij Harvey gaat het bijna altijd om de aberraties van een verdoolde die een gevaar dreigt te worden voor zijn omgeving en die, voor het slecht met hem afloopt, op de meest wonderbaarlijke manier aan zijn achtervolgers ontsnapt. Dat laatste suggereert dat het bij Harvey gaat om de plot, maar dat is zeker niet het geval: de weg naar het onafwendbare einde is minstens zo boeiend als dat einde zelf. Wij hebben de neiging de plot over te waarderen en de grote voorbeelden aan te halen (wie herinnert zich niet het einde van De dag van de jakhals) om die plotgedreven verhalen te rechtvaardigen, maar een goede misdaadroman – élke goede roman – is veel meer dan een verhaal naar het einde.
    Zijn er manieren om beide genres dichter bij elkaar te brengen? Tien jaar geleden bedacht een Nederlandse uitgever de briljante leugen ‘literaire thriller’: een etiket dat een willekeurige misdaadroman in één klap salonfähig maakt zonder dat de auteur er een klap voor hoeft te doen. Fantastische vondst. Dat etiket heeft betere verkoopresultaten teweeggebracht dan de Gouden Strop en al die Maanden voor het Spannende Boek bij elkaar en ook dat is – begrijpelijk – een van de frustraties van Tomas Ross. Maar het is alweer geen reden om de prijs op te heffen, want daar moet je wel degelijk iets voor doen: een goed boek schrijven dat de toets van vier vakbekwame juryleden doorstaat. Dat het vijfde jurylid alleen als vaandel dient en geen bal verstand van misdaadromans hoeft te hebben is een omissie die we snel moeten herstellen.
    Een etiket is maar een etiket. Je kunt het net zo makkelijk losweken als opplakken. Nu bijna elke uitgever dat laatste doet bij elke thriller die neigt naar het hogere zal ook het publiek wel doorkrijgen dat het plakkertje ‘literaire thriller’ niets voorstelt. Lincoln zei het al: je kunt iedereen een poosje en sommige mensen altijd bedotten, maar je kunt niet iedereen altijd bedriegen. De ayatollahs komen er nu ook achter hoe waar die stelling is, maar dit terzijde.
    Misschien is de tijd rijp voor een ander – overigens niet geheel nieuw - idee: vraag voor de jury van de Gouden Strop drie misdaadrecensenten en twee literaire critici die samen uit mogen maken welk boek in dat jaar de prijs verdient. Elsbeth Etty heeft vorig jaar de toon gezet. Het is een lange weg, want voor er genoeg literaire critici in de Gouden Stropjury hebben gezeten om een kentering teweeg te brengen zijn we jaren verder, maar het kan vanaf het begin wederzijds begrip tot stand brengen. Ook voor de misdaadrecensenten in de jury maakt het verschil of ze rapporteren aan een televisiepresentatrice of vakbonzin of aan een ervaren criticus die met frisse tegenzin begint aan de boeken die de anderen hebben geselecteerd. Wat we ook doen, één, twee, voor mijn part drie literaire critici in de jury, de Gouden Strop moet blijven bestaan. Misschien rijst in het wereldje dat nu nog de prijzen voor literaire romans angstvallig binnen de eigen gelederen houdt voldoende waardering om misdaadromans een reële kans te bieden. Ook dan blijft de Gouden Strop als genreprijs in stand, maar kunnen we hem openstellen voor elke literator die een spannende roman schrijft.
    Het woord is aan de jury.
        


Donderdag 25 juni 2009.

Jacob Vis (1940) begon pas op 45-jarige leeftijd te wijden aan het schrijven van misdaadromans. Dat bleek meteen een groot succes. Vier van zijn boeken werden genomineerd voor de Gouden Strop en bij de VN thrillergids kreeg hij diverse lovende recensies met drie en vier sterren. Zijn meest bekende hoofdpersoon is inspecteur Ben van Arkel. In meerdere boeken van Jacob Vis speelt hij een prominente rol. Vorig jaar verscheen zijn boek De Scheepsbouwer.
 


Heb je een mening over deze column?

Deze column van Jacob Vis is een reactie op het artikel van Tomas Ross voor Ezzulia over onder andere de Maand van het Spannende boek, de Gouden Strop en de Schaduwprijs.

Op het forum van Ezzulia is een discussie aan de gang over het artikel van Tomas Ross. Binnen het topic is ook ruimte voor reacties op deze column.
 

Kijk hier voor het speciale topic.
 

Nog meer columns? Kijk dan hier.

 

 

 

Terug naar boven

Terug naar boven