Miskenning als Leitmotiv
(In reactie op Tomas Ross, 12 juni 2009)
Door Willem Asman
Een tragische Griekse
held, die, omdat de vijand onvindbaar is, zijn kinderen begint af te slachten.
Daar moest ik aan denken bij het lezen van Tomas Ross’ tirade van 12 juni.
Drieduizend woorden, vintage Ross: humor en venijn (en
ja, narcisme). Je kunt veel over Ross zeggen, maar niet dat hij het genre niet
serieus neemt (en ja, zichzelf).
Het GNM is door Ross
opgericht – dat had hij, bij nader inzien, misschien niet moeten doen. Ross
bedacht De Gouden Strop en de Schaduwprijs, stond aan de wieg van de VN
Detective- en Thrillergids, the Power of Plots en de Maand van het
Spannende Boek – daar heeft hij, achteraf, misschien spijt van.
Een ezel zou na dit alles misschien concluderen: nooit meer
naar deze meneer luisteren, want met al zijn prachtideeën loopt het verkeerd af.
Maar dat zou onterecht zijn en onverdiend. Ross doet zichzelf tekort: hij heeft
geen monsters gebaard. Zonder Ross waren wij, de verenigde Nederlandstalige
thrillerschrijvers, niet waar wij nu zijn.
Ross heeft vaak gelijk: VN
kan beter (vindt VN zelf ook), de jury kan beter (vindt de jury zelf ook, ieder
jaar weer), the Power of Plots kan beter (vindt het CPNB ook), onze
afspraken met de media moeten beter (vindt de KRO ook). Wat Ross schrijft over
de meest recente Asman is oprecht en genereus (vindt Asman ook). En oktober is
helemaal geen gek moment voor een nieuw prachtidee, een tweede spannende
boekenpiek.
Maar even vaak heeft hij ongelijk: Noort, Verhoef en Van der
Vlugt op deze wijze op één hoop gooien is even onterecht, laatdunkend en
kortzichtig als Ross die schrijver noemen die altijd complotten verzint rond
Prins Bernhard. En geen enkele schrijver, in mijn optiek, zou zijn neus moeten
ophalen wanneer een rode loper voor hem of haar wordt uitgelegd. Maar
fashionably late komen kan natuurlijk ook.
Moeten we blij zijn met
Appie Baantjer-kijkcijfers of juist niet? That’s the question. Ja,
natuurlijk moeten we blij zijn, want handel is wat we willen, liever dan een
prijs – vraag maar aan René Appel. In de slipstream van die kijkcijfers volgen
de records: meer debutanten, meer inzendingen, meer first time
genomineerden, meer lezers en leners niet te vergeten, en ja, meer advertenties.
Is veel ook goed? Nee, de kip is niet het ei. Hetzelfde geldt voor weinig. Maar
zonder Havank geen Ross, zonder Ross geen Asman.
Hoe anders was dat drieëntwintig jaar geleden. Ik was er niet
bij, maar stel het me zo voor: vijf man en een hond (en ja, een fles jenever)
die elkaar beurtelings sneu een zelfbedachte prijs gaven.
Moeten we werkelijk bang zijn dat de weet-u-ik-lees-eigenlijk-geen-thrillers-lezer zomaar op een mooie dag een Appie Baantjer afrekent in de boekhandel en de heer De Cock met c-o-c-k als maatgevend voor het hele genre verklaart? Alleen als we de lezer collectief dom verklaren. Net zoals er schrijvers zijn die telkens hetzelfde willen schrijven, zijn er lezers die telkens hetzelfde willen lezen. Wie gaat daar tegen optreden? Wie gaat trifelstempels uitdelen? De nieuw op te richten thrillerinquisitie? In vredesnaam – plothater Arie Storm, maar dan omgekeerd? Nee toch zeker.
Iemand vertelde mij ooit
het verhaal van de bergbeklimmer. Zijn hele leven al klimt hij, maar klaar en
tevreden is de bergbeklimmer nooit, want bij het bereiken van elke nieuwe top
verandert de horizon, en is er in de verte een nieuwe, hogere top zichtbaar.
Ambitie is geweldig, maar laten we vooral niet vergeten af en toe ook naar het
uitzicht te kijken. Zien hoe hoog we al zijn gekomen, het resultaat van een soms
bizarre klimtocht, tegen de klippen op, drieëntwintig jaar na Ross’ prachtidee.
En dan snel weer voort, met vereende krachten moedig
voorwaarts, op naar de volgende helling. Om te beginnen met de zaken die het
gilde zelf in handen heeft: kwaliteit van de boeken, kwaliteit van de kritiek,
want ook die kunnen beter, zoals Ross terecht stelt.
We zijn er nog lang niet, maar enige trots op wat werd bereikt is verdiend. De Nederlandstalige Noort weken onaantastbaar op 1. De Nederlandstalige Den Tex op de Libris longlist. De Nederlandstalige Verhoef het geschenkboekje in recordoplage. De Nederlandstalige Van der Vlugt jaar in jaar uit genomineerd voor de NS-Publieksprijs. De Nederlandstalige Hermans debuteert binnen een jaar in zestien talen. Zonder die trots blijven we zure verongelijkte moppermannetjes waar niemand meer naar luistert, met een nostalgische hang naar eeuwige miskenning als Leitmotiv.
Dinsdag 14 juni 2009.
Willem Asman (1959, Amsterdam) behaalde
in 1978 zijn diploma Atheneum B aan het Montessori Lyceum, studeerde een blauwe
maandag Nederlands, deed toelatingsexamen voor de toneelschool, en studeerde in
1985 af aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van
Amsterdam. Gedurende vijftien jaar was hij werkzaam bij Oracle Corporation, het
op een na grootste softwarebedrijf ter wereld. Hij is oprichter en eigenaar van
een adviesbureau voor change management en communicatie. Sinds najaar 2008 is
Willem Asman voorzitter van het GNM, het Genootschap voor Nederlandstalige
Misdaadauteurs.
Heb je een mening over deze column?
Deze column van Willem Asman is een reactie op het artikel van Tomas
Ross op deze website over (onder andere) de Gouden Strop en de Maand van het
Spannende Boek | kijk hier
Op het forum van Ezzulia is een discussie aan de gang over het artikel van
Tomas Ross. Binnen het topic is ook ruimte voor reacties op deze column van
Willem Asman.
Kijk
hier voor het speciale topic.
Nog meer columns? Kijk dan hier.


