Skip to: site menu | section menu | main content

 

Je bent nu op: www.ezzulia.nl » Kort & Krachtig

 

 

 

 

Interviews

Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij.
Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.


Kort & Krachtig: Kevin Guilfoile

kevin guilfoile

 

 


De Amerikaanse auteur Kevin Guilfoile schreef jarenlang voor tijd-schriften als McSweeney’s, Salon en The New Republic. Naast zijn werk als creatief directeur van een reclamebureau werkte hij in zijn vrije tijd aan zijn debuut als auteur. Het resultaat verscheen in 2005 onder de titel Cast of Shadows en ontving voornamelijk lovende kritieken. Vorig jaar werd het door Unieboek als Des Duivels in vertaling uitgebracht. Ondanks dat het in Nederland de bestsellerslijst niet wist te halen, bleek de schrijvende pers ook hier zeer enthousiast over de razend spannende thriller. Een paar maanden geleden was de auteur te gast bij de Ezzulia Leesclub bij een discussie over zijn boek.

Kevin Guilfoile woont met zijn vrouw Mo en hun twee jonge kinderen in Chicago.
 

"Geen enkele auteur heeft ooit een boek geschreven waar iedereen mee wegliep"

 

1. Wat zijn de ingrediënten voor een goed boek binnen jouw genre?
Het meest interessante van schrijven in het thrillergenre is dat de meeste mensen een dergelijk boek kopen met bepaalde verwachtingen. Zowel de auteur als de lezers zijn geen groentjes in het genre en weten waar het ongeveer op uit gaat draaien. Een goede auteur probeert de lezers te verrassen zonder ze te bedriegen. En de ervaren lezer probeert dan op zijn beurt te achterhalen wat de schrijver van plan is. Dit spelletje tussen auteur en zijn lezers maakt het interessant. Een goed boek, in welk genre dan ook moet de lezer verrassen en aan het verhaal gekluisterd houden. Het moet boven clichés uitstijgen zonder uit de bocht te vliegen.

2. Is schrijven je hoofdberoep of doe je daarnaast nog iets anders?
Voordat ik Des Duivels schreef, was ik 11 jaar creatief directeur bij een reclamebureau. Nu ben ik fulltime auteur. Naast het schrijven van boeken, schrijf ik ook artikelen voor magazines, recenseer ik en geef ik lezingen.

3. Hoeveel boeken lees je zelf (ongeveer) per jaar? Wat was de laatste en wat vond je daarvan?
Ik zat ooit in een panel met een aantal auteurs toen dezelfde vraag werd gesteld. Eén van hen bekende toen dat hij sinds zijn debuut 10 jaar geleden geen meer boek had aangeraakt. Hij vertelde dat hij zo druk was met schrijven dat er geen tijd meer overbleef om te lezen. Ik was behoorlijk geschokt toen ik dat hoorde. Ik denk dat lezen een essentieel onderdeel is als je schrijft. Daarbij ben ik gek op lezen, juist daarom ben ik auteur geworden. Ik moet wel zeggen dat ik minder tijd heb om te lezen dan vroeger, maar ik probeer 1 boek per week toch wel te halen. Ik heb net Steen der wijzen van James Rollins uit, geweldig!

4. Wie is jouw favoriete auteur? En welk boek zou je zelf graag geschreven willen hebben? En waarom?
Mijn favoriete auteur is waarschijnlijk Walker Percy. Zijn eerste boek The Moviegoer won in 1960 The National Book Award. Ik zou dolgraag één van zijn boeken zelf hebben geschreven. Maar er zijn meer boeken waar ik graag mijn naam bij had gezien, bijvoorbeeld Catch-22 (Joseph Heller), London Fields (Martin Amis) A confederacy of dunces (John Kennedy Toole), The loved one (Evelyn Waugh) en Rosemary’s baby (Ira Levin)… Hm, het valt me op de er veel komische boeken bij zitten. Interessant.

5. Wat is het mooiste, vreemdste of meest opmerkelijke dat je als auteur hebt meegemaakt?
Toen ik Des Duivels schreef, kende ik niet veel succesvolle auteurs. De schrijvers die ik persoonlijk kende, waren net als ik aan het wachten op hun grote doorbraak. Ik heb altijd geweten dat schrijven een eenzaam beroep is. Ik werd echter aangenaam verrast door de enorme collegialiteit tussen auteurs onderling. Met name thrillerschrijvers vormen een hecht clubje. Dit zijn de meest genereuze mensen die ik ooit heb ontmoet. Ik ben bijvoorbeeld altijd fan geweest van Laura Lippman. Een paar weken na de verschijning van Des Duivels had ik een signeersessie samen met andere auteurs. Lippman was één van hen. Op een gegeven moment kwam ze naar me toe om zich voor te stellen en me te feliciteren met mijn boek waar ze zoveel goede berichten over had gehoord. Ze verwelkomende me als het ware in het broederschap der schrijvers. Dat was een heel speciaal moment. Wat ik ook bijzonder leuk vind is dat Des Duivels al door 60 verschillende leesclubs is uitgekozen (waaronder de Ezzulia leesclub) als discussieboek. Als je spreekt in een boekwinkel dan hebben de meeste mensen je boek (nog) niet gelezen en dat maakt het lastig om er over te praten. Ik vind het een genot om te spreken met mensen die mijn boek nog vers in het geheugen hebben zitten.

6. Wilde je altijd al auteur worden? Wanneer en waarom nam je die beslissing?
Ja, als klein jongetje wilde ik al niets liever. Mijn hele leven al kan niets me meer boeien dan een fantastisch boek, dus wilde ik er zelf één schrijven. Wat me lang tegenhield was een waanidee dat ik had over auteurs. Ik dacht altijd dat schrijvers een soort magische mensen waren met bepaalde kennis die mij ontbrak. Het is eigenlijk verwonderlijk dat ik toch een poging waagde. Nachten en weekenden heb ik doorgewerkt, geschrapt en veranderd voordat Des Duivels in 2003 eindelijk klaar was. Ik heb het blindelings opgestuurd naar de enige agent die ik kende en binnen twee maanden lag er een aanbieding mijn huidige uitgever Alfred A. Knopf.

7. Aan welke kritiek hecht je meer waarde: van je lezers of van recensenten?
Ik denk niet dat het veel uitmaakt of kritiek van een lezer of recensent komt. Daarbij kan ik melden dat je als criticus van een krant niet in het bezit hoeft te zijn van speciale gaven of inzichten. In het algemeen heb ik geen moeite met kritiek. Geen enkele auteur heeft ooit een boek geschreven waar iedereen mee wegliep. Ik heb zelfs de overtuiging dat als er nooit iemand tegen je heeft gezegd dat ze je boek niet leuk vinden, het waarschijnlijk te weinig gelezen wordt. Walker Percy zei ooit dat alle boeken mislukken en dat je alleen maar kunt hopen dat er één of twee geslaagde elementen in zitten… Waar ik wel moeite mee heb is kritiek van mensen die niet de moeite hebben genomen het boek goed te lezen. Er verscheen op een gegeven moment een recensie over Des Duivels waarin de naam van de hoofdpersoon niet klopte en het was overduidelijk dat de recensent het boek niet uit had gelezen.

8. Wat is belangrijker: de plot van een boek of de karakters in een verhaal. En waarom?
Ik denk beide. De beste boeken zijn degenen waarin leuke hoofdpersonen interessante dingen doen. Je moet er voor waken dat de plot je karakters niet teveel manipuleert, anders haken de lezers af. Maar je wilt ook weer niet dat je verhaal vertraagt omdat de hoofdpersonen besluiteloos zijn. Samenvattend: plot en karakters zijn even belangrijk, maar de hoofdpersonen hebben de touwtjes in handen.

9. Is één van de hoofdpersonen in jouw boeken autobiografisch? Welk personage spreekt je het meeste aan?
In elk karakter zit wel een beetje van mij. Ik heb overigens nooit fictie met autobiografische elementen geschreven. Het is zo’n gulden regel dat je moet schrijven over wat je weet, maar in mijn geval is dat zo saai. Kan me niet voorstellen dat iemand daar op zit te wachten.
Ik ben extreem verzot op kinderarts Joan Burton in Des Duivels, maar ook het gekloonde jongetje Justin heeft mijn hart gestolen. Ik heb heimwee naar die slimme en charmante jongen vanaf het moment dat Des Duivels klaar was.

10. Waar maak jij je op dit moment druk over?
Sinds ik vader ben maak ik me alleen nog maar druk om mijn kinderen. De oudste is 3, de jongste 7 maanden. Als ze oud genoeg zijn, is het vroeg genoeg om me weer druk te maken om andere dingen.

© Foto eigendom van Kevin Guilfoile  (gebruikt met toestemming).
 

Bibliografie Kevin Guilfoile:
2006: Des Duivels (vertaling van Cast Of Shadows, 2005)

Wanneer zijn zeventienjarige dochter Anna op brute wijze wordt vermoord, stort de wereld van dr. Davis Moore volledig in. De politie tast in het duister over motief en dader. Het onderzoek loopt vast en een jaar later mag hij de eigendommen van zijn dochter ophalen. Moore, kloonspecialist aan de New Tech Zwangerschapskliniek, staat voor een dilemma als hij tussen de spullen van Anna ook DNA-materiaal aantreft van de moordenaar. Gekweld door verdriet ontwikkelt Moore een duivelse gedacht: het klonen van de dader om zo achter zijn ware identiteit te komen. Hoe ver zou jij gaan om de moordenaar van je dochter in de ogen te kunnen kijken?

Website van Kevin Guilfoile: http://www.guilfoile.net/
Uitgeverij Unieboek: http://www.unieboek.nl/

covers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Back to top

Terug naar boven